1938

< 19371941 >

Op 19 januari 1938 was er een Jamboree-Film en Toneelavond van de ‘Mustang’-Stam van de Dr. Egidius groep. Gebouw K&W, Mariaplaats 27.

Kom ga je mee

Op 18 maart 1938 gaf groep 9 in gebouw K&W Mariaplaats 27, de revue ‘Kom ga mee’. Met een matrozenkoor, bestaande uit welpen, verkenners en voortrekkers – loodsen – van in hoofdzaak groep 9. Johan Bodegraven in de hoofdrol en de twaalfjarige Rijk de Gooijer in een kleine solorol.

Spel van Kleur en Klank

Op 11 mei 1938 wordt in Tivoli een ‘Spel van Kleur en Klank’ georganiseerd, ten bate van ”Maatschappelijk werk voor zieken”.
Op het programma staan volksdansen en zang, verzorgd door padvindsters en padvinders.

N.C.V.P.-uitvoering 23 november 1938.

Programma van de N.C.V.P.-Uitvoering

Deelnemende Groepen

NPG 4 en 6, NPV 3, 8, 9, 10, 12, 13 en 19.

In 1938 komt het 1e Districtsblad uit, er zijn dan vijftien groepen.

In 1938 zijn er zes meisjes groepen, groep 4 onder leiding van mej. P. Yperlaan en N. Hoevers en groep 6 met mej. de Jager.
1939

Eind augustus 1939 worden de padvindershulpdiensten ingesteld. De commissarissen staken de koppen bij elkaar om te zien hoe de padvinders zich nuttig konden maken. Er werd een cursus luchtbescherming gegeven en er werd hulp aangeboden bij het ophalen van lectuur voor de gemobiliseerden. De “Padvindershulpdiensten” werd onderdeel van de Utrechtsche Burgerdiensten.

Het centrum werd ingericht in het hoofdkwartier van de Katholieke Verkenners aan de Mariaplaats.

Toen in Mei 1940 het leger van de Nazi Duitsers ons land binnenviel, was men er klaar voor en al spoedig was het een drukte van belang. Er werden brieven overgebracht door ordonnansen. Op het hoofdkwartier werden lijsten aangelegd van vaste diensten zoals hulp stationscommandant, luchtbescherming, wijkposten, ordonnance stadhuis etc.
De grootste drukte kwam toen er duizenden vluchtelingen per trein kwamen, die van huis en haard waren verdreven en in de stad een veilig onderkomen zochten. Ze werden ondergebracht in grote gebouwen als Tivoli, de Stadsschouwburg, de Beatrixhal van de Jaarbeurs, het NV-huis en een groot aantal scholen. Al deze gebouwen moesten gereedgemaakt worden, voorzien van bedden en stro en de vluchtelingen moesten worden voorzien van eten en drinken. De gebouwen moesten worden verduisterd, wat een grote klus was.
Er werd prettig samengewerkt met de VVC (Vrouwelijke vrijwilligerscorps) en met de padvindsters van het NPG.

Later werd door de gemeente Utrecht een vrijwilligersdienst opgezet geheel gedreven en geleid door de leden van de NPV, NPG en KV. Alles werd geregeld vanuit het hoofdkwartier aan de Mariaplaats.

Na de capitulatie moesten alle vluchtelingen weer naar huis terug. Ze ontvingen hulp bij het inpakken van hun bezittingen en na vertrek moesten de gebouwen weer schoon worden gemaakt. Op 9 juni 1940 werd het Hoofdkwartier na onafgebroken in dienst geweest te zijn, gesloten.
Daarna werden er nog hulpgoederen ingezameld o.a. voor Rhenen.

Op zaterdag 15 juni 1940 is er een afsluitend kampvuur in Bilthoven waar de Burgemeester van Utrecht grote waardering uitspreekt over de verrichtingen van de padvinders.
Aan leiders, voortrekkers en verkenners die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt werd het insigne Nationale Diensten uitgereikt, totaal 93 stuks.

Dan wordt op 2 april 1941 de padvinderij door de Duitsers verboden.

Ondergronds blijft nog men wel bij elkaar komen. Er worden sport en spel middagen georganiseerd, niet in uniform, maar in sportkleding, “t liefst wit. Zij beginnen op 21 september 1941. Het district is ingedeeld in twee groepen, de ene helft deze week, de andere volgende week, dus om de veertien dagen.

Vanuit de meisjesgroepen was de eerste Pivo bijeenkomst in Utrecht in februari 1941.

De sport en spelmiddagen hield men niet lang vol en er volgden andere bijeenkomsten, o.a. kerkelijk werk. Dit werd namelijk niet verboden en daardoor konden kerken zich over padvindersgroepen ontfermen. Veel Manenborghers zijn toen lid geworden van de Jeugdkapelvereniging van de Wilhelminakerkwijk en hielden zo een verband met elkaar en maakten daar contact met mensen die na de bevrijding een leid(st)ersfunctie op zich namen.